dinsdag 22 juli 2014

Motiveren?


De Inspectie van het Onderwijs vindt dat de motivatie van de leerlingen beter kan. Volgens de Inspectie zijn leerlingen in Nederland vaak minder gemotiveerd om te leren dan hun leeftijdsgenoten in het buitenland. Het is boeiend om de reacties hiervan te lezen. Bijvoorbeeld het betoog dat motiveren het beroep van de leraar is. Of de vijf handreikingen voor de gemotiveerde leraar en de uitweiding van het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Allemaal goedbedoelde en mogelijk nuttige adviezen voor de leraar. Eén reactie was anders. Die luidde ongeveer als volgt:  “Motivatie is een vaag psychologisch begrip waar een leraar weinig mee kan. Beter is om het begrip interesse te gebruiken. Interesse kun je wekken. Leerlingen kun je uit hun leefwereld halen. Interesse dwingt ons te richten op wat we willen dat leerlingen leren”.  Ik vond deze tegendraadse reactie waardevol.

Een leraar is geen psycholoog en hoeft niet altijd leuk te doen. Een leraar wekt interesses: iedere keer opnieuw en steeds anders. 

vrijdag 6 juni 2014

Inspanning en geduld

Goed onderwijs betekent onder meer het overbrengen en laten verwerven van waardevolle kennis en vaardigheden. Het eigen maken van wat belangrijk is. Dat kost inspanning en vergt geduld van zowel leraar als leerling. Inspanning en geduld voor het begrijpen van een zwaartekrachtberekening, het toepassen van grammatica, het leren spelen of zingen van de Messiah.
Leren vraagt tijd en oefening door herhalen en verbeteren. Van een zesje naar een acht. Inspanning en geduld lijken haaks te staan op het leven in deze jachtige postmoderne tijd met de vluchtigheid, het zappen, de tweets, het shoppen en de korte termijn resultaten.
Leren gaat niet snel, is niet altijd makkelijk. Maar als iets geleerd wordt met inspanning en geduld dan wordt de leerling ingewijd in het waardevolle, voorbij de horizon van vandaag. Dat geeft verwondering en voldoening. Dan worden inspanning en geduld beloond.

 

maandag 2 juni 2014

Toekomst

Is er in de toekomst nog een schoolgebouw nodig als leren altijd, overal en een leven lang kan plaatsvinden? Zijn leraren nog nodig als veel kennis online toegankelijk is? Als leerlingen/studenten zelf bepalen wat ze leren, zijn er dan nog lesmethodes nodig? Is het nog nodig om feitenkennis te hebben als alles op internet te vinden is? Moeten talen nog worden geleerd als de Google Glass–bril de vertaling doet? Moeten scholen opleiden voor beroepen die straks niet meer bestaan? Het zijn allemaal vragen die een trendwatcher onlangs stelde op een congres. Hij heeft niet in het onderwijs gewerkt en had opvoeding en vorming buiten beschouwing gelaten. Ook sprak hij niet over kennis die nodig is om andere kennis te kunnen zoeken of beoordelen. De vertaalbril houdt geen rekening met cultuur en gewoonten, ook niet met taalgevoel en -nuances. De trendwatcher wist ook niet welke kennis leerlingen/studenten nodig hebben om te bepalen wat ze moeten leren. Toch zetten zijn vragen aan het denken.

Nadenken over onze toekomst van de school.Bij het Van Lodenstein en Hoornbeeck College zijn we ermee bezigt. Daarvoor hebben we geen trendwatcher nodig, maar wel ideeën van leerlingen, personeel, achterban etc. We willen een poging doen om vooruit te kijken. In het besef dat de toekomst in Gods hand ligt en dat we alleen van Hem de zegen over onze plannen kunnen verwachten.

 

donderdag 6 maart 2014

Werken met verschillen

Ze zat tegenover me. Een lerares die enthousiast vertelde over haar leerlingen. Over het Poolse meisje dat nog maar net op school zat, geen Nederlands sprak, maar toch al goede vorderingen maakte. Over die Marokkaanse jongen die altijd haar tas wilde dragen. Over de oudergesprekken met meer gebaren dan woorden. Kinderen met verschillende huidskleuren, achtergronden, religies en niveaus. Van 'werken aan verschillen' had ze nog nooit gehoord. Ze werkte met verschillen zonder verschil te zien. 22 klasjes en toch een klas.  Haar klas was de veilige haven waar kinderen allemaal hetzelfde zijn. Leerlingen met een lerares die het verschil maakte.

vrijdag 7 februari 2014

(refo)pesten


Je bent leerling op een reformatorische school. Je ouders hebben gekozen voor christelijk onderwijs vanuit de Bijbel en voor een veilige school. Met deze keuze ben je blij, maar toch voel je je niet thuis op deze school. Waarom niet? Volgens je klasgenoten ben je een refo. Ze kijken je na vanwege de kleding die je draagt. Je klasgenoten lachen je uit, omdat je niet meegaat naar de film. Als je iets over het taalgebruik zegt, dan maken ze je uit voor vroom. Ze vinden je zwaar op de hand, omdat je wilt leven zoals de Heere dat vraagt. Soms vraag je je af of de leraar het ziet. Op de plaats waar je je thuis en veilig zou moeten voelen, voel je je alleen. Je voelt je een uitzondering die de regel niet bevestigt.

dinsdag 14 januari 2014

Opvoedingsverzekering

Het reformatorisch onderwijs lijkt soms op een opvoedingsverzekering die ouders voor hun kinderen willen afsluiten. Een gedeelte van de opvoeding besteden zij uit.  Op zo'n school wordt je kind bewaard voor grove misstappen. Hopen op het beste en vertrouwen dat het goed komt. Reformatorisch onderwijs als vanzelfsprekendheid.
De Dordtse Synode en het formulier van de Doop leggen de eerste verantwoordelijkheid bij de ouders. Opvoeden begint thuis. Vanuit die thuisbasis kan een kind worden voorbereid op het innemen van een plaats in de maatschappij. Dan blijft er voor het reformatorisch onderwijs naast de mede-opvoedingstaak voldoende tijd over voor onderwijzen.

maandag 23 december 2013

Een christelijke school worden



Als het over secularisatie gaat hebben we de neiging om te kijken naar mensen die niet naar de kerk gaan. Steeds minder mensen gaan naar een kerk. Steeds meer christelijke elementen verdwijnen uit het publieke domein.
Maar ook onze gezindte, ook onze school is een doelwit van secularisatie. Geloof en leven liggen soms uit elkaar. We noemen onszelf christenen, maar zijn we nu ook daadwerkelijk van Christus? Als we in die spiegel kijken dan moet niet alleen de wereld rondom ons heen gewonnen worden. We moeten ook zelf gewonnen worden. Hoe? Door onszelf te verliezen. In de Ander. Die gedachte weerhoudt van gearriveerdheid. Dan zijn we op weg om een christelijke school te worden.